Columns - 't Bierkwartier

't Bierkwartier
Zoeken
Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Columns

Activiteiten
Column 2:
vrijdag 14 oktober 2016 - Friday October 16th, 2016 (Jimmy Borloo)

 
Vergelijkende degustatie van twee ‘oude’ flesjes Westvleteren 12
 
Comparative tasting of two ‘old’ bottles of Westvleteren 12
 
 
Nederlands – English (in italic)
 
 
Inleiding – Introduction
 
 
Een interessante bier-toevalligheid deze week: professor Jozef Vercruysse (Labo voor Parasitologie- Faculteit Diergeneeskunde – Universiteit Gent) was blijkbaar in zijn kelder gedoken en wat vond hij daar?  Juist… enkele stokoude flesjes Westvleteren 12 (toen nog ‘Abt’ genoemd) die dateren van begin jaren ’90, we schatten dat ze gebotteld werden in 1990-1991, maar liefst 25 jaar oud dus!  Een gulle schenking van één van deze flesjes door prof. Vercruysse was meer dan genoeg om ondergetekende aan te zetten tot een vergelijkende degustatie: enerzijds de 25 jaar oude Abt tegenover anderzijds zijn veel jongere (maar toch ook dik twee jaar gerijpte) equivalent.
 
 
Een kort woordje over de trappistenabdij St. Sixtus (link), gelegen in het West-Vlaamse Westvleteren.  De abdij werd opgericht in 1831, initieel als priorij en effectief tot abdij verheven in 1871.  Enkele jaren na de oprichting, meer bepaald in 1839, werden de brouwactiviteiten pas goed opgestart.  Aanvankelijk werd een bier gebrouwen voor de paters zelf en om werklieden te ‘belonen’, het ging om een bier van ongeveer 2% alc. vol. dus in de verste verte nog niet vergelijkbaar met de huidige zware kleppers.  Het duurde tot de 20ste eeuw vooraleer het palet aan bieren uitgebreid werd (http://sintsixtus.be/trial/bierverkoop/).  Heden hebben we de Westvleteren Blond (groene capsule - 5.8% alc.vol. – sedert 1999), Westvleteren 8 (blauwe capsule - 8% alc.vol. – vroeger ‘Extra’ genaamd) en Westvleteren 12 (goudkleurige capsule - 10.2% alc.vol. – sedert 1940 – vroeger ‘Abt’ genaamd).  Tot 1999 werden ook de Westvleteren 6 (rode capsule – 6.2% alc.vol.) en de Westvleteren 4 (tafelbier) gebrouwen, maar deze werden afgevoerd en vervangen door de Blond.
 
Merk op dat de Westvleteren bierflesjes sedert 1945 geen etiket meer dragen, alle info staat op de kroonkurk en dit zorgt er ook voor dat deze bieren de enige trappistenbieren zijn die het ‘Authentic Trappist Product’-logo niet op de flesjes dragen, het staat echter wel op de houten bierkratten gedrukt.
 
Velen vragen zich ook af hoe het nu zit met de Westvleteren 12 en de beruchte St. Bernardus Abt (link).  Welnu, tot 1945 werd binnen de abdij gebrouwen, echter om de nadruk opnieuw meer op het religieuze te leggen werd in dat jaar beslist om het brouwen en commercialiseren uit te besteden (onder licentie) aan de nabijgelegen St. Bernardus brouwerij (te Watou).  Een kleine bijna verwaarloosbare productie bleef wel doorgaan binnen de muren van de abdij.  Deze licentie werd in 1962 nogmaals voor 30 jaar verlengd, maar liep ten einde in 1992 toen beslist werd om de brouwactiviteiten terug binnen de muren te brengen.  Dit was immers één van de voorwaarden om het ‘Authentic Trappist Product’-logo te mogen dragen.  Sedertdien worden de Westvleteren bieren dus binnen de abdij gebrouwen en heeft St. Bernardus van de Westvleteren 12 een eigen versie gemaakt, i.e. de St. Bernardus Abt (blauw etiket).  De bieren zijn zeer lekker en vergelijkbaar, doch wel degelijk verschillend.  Beiden verschijnen geregeld in wereldwijde  ‘Best of…’ lijsten, de meest illustere daarvan de herhaaldelijke verkiezing van Westvleteren 12 als beste bier ter wereld op Ratebeer (https://www.ratebeer.com/).  Beste bier of niet, dit laat ik liever over aan de lezer zelf, smaken verschillen immers (gelukkig maar!) en er zijn zodanig veel goede bieren dat het absurd (en misschien zelf arrogant) zou zijn om één bepaald uitverkoren bier naar voren te schuiven.
 
 
En nu het echte werk…
 
 
 
 
An interesting thing happened this week: professor Jozef Vercruysse (Lab for Parasitology – Veterinary Sciences – Ghent University) apparently dove into his cellar and guess what popped up… indeed, some very old bottles of Westvleteren 12 (still labelled ‘Abt’) dating back as early as 1990-1991, meaning they are 25 years old!  A generous donation of one of these bottles by Prof. Vercruysse steered yours truly to setting up a comparative tasting of the 25 year old Abt on the one hand and a younger equivalent (yet also two years matured) on the other hand.
 
 
Some short notes on the trappist abbey of St Sixtus (link) located in the town of Westvleteren (West-Flanders, Belgium).  The abbey was founded in 1831, then still as a priory and effectively becoming an abbey in 1871.  Some years after founding, i.e. in 1839, brewing activities were significantly increased.  In the beginning the beer was being brewed for the monks themselves and for people working at the abbey, the beer itself was a 2% alc.vol. version so by far not comparable to the heavy duty beer that we see nowadays.  It took until the beginning of the 20th century for the set of beers (http://sintsixtus.be/trial/bierverkoop/) being expanded to Westvleteren Blond (green cap - 5.8% alc.vol. – since 1999), Westvleteren 8 (blue cap - 8% alc.vol. – previously named ‘Extra’) and Westvleteren 12 (gold cap - 10.2% alc.vol. – since 1940 – previously named ‘Abt’).  Until 1999 there were also Westvleteren 6 (red cap – 6.2% alc.vol.) and Westvleteren 4 (table beer), but these were halted and replaced by the Blond.
 
Also note that Westvleteren bottles carried a label only until 1945, from then on all information is printed on the cap, making Westvleteren beers the only trappist beers not carrying the ‘Authentic Trappist Product’-logo on the bottle.  The logo is however printed on the beer crates.
 
A lot of people also wonder what it is between the  Westvleteren 12 and St Bernardus Abt beers (link).  Well, until 1945 all St Sixtus brewing activities were within the walls of the abbey.  However, to put more emphasis on the spiritual and less on the brewing the decision was made to licence brewing activities to the nearby St Bernardus brewery in the town of Watou.  A small almost negligible amount of brewing remained within the abbey as well.  The brewing licence to St Bernardus was prolonged in 1962 for another 30 years, thereby ending in 1992 when it was decided to bring back all brewing activities to the St Sixtus abbey.  By then this was a prerequisite to allow using the ‘Authentic Trappist Product’-logo.  Since then St Bernardus has thus made its own version of the Westvleteren 12, termed St Bernardus Abt.  Back in 1992 the recipes were largely the same but they have diverged since then making them comparable yet different nonetheless.  Both of them are very tasty beers with both often ending up in many ‘Best of…’ lists, the most illustrious of them the repeated election of Westvleteren 12 as the best beer in the world by Ratebeer voters (https://www.ratebeer.com/).  Be that as it may, what the best beer may be I will leave up to you the reader, there are so many superb beers that choosing one of them seems absurd.
 
 
And now for the real stuff…
 

 



 


 
Uitzicht – Appearance
 
 
Beide bieren werden voor (zeer) lange tijd bewaard in een donkere kelderomgeving, dit betekent dat de temperatuur er rond de 12°C ligt, ideaal dus voor dit type bieren.  Na transport uit de kelder werden beide bieren ook enkele dagen bij koele temperatuur (eveneens 12°C) rechtop bewaard ter voorbereiding van de degustatie.  Bij het openen van de flesjes was er logischerwijs bij de 2 jaar oude Westvleteren 12 druk op het flesje (carbonatie) te merken, verrassend was dat dit ook nog het geval was bij de 25 jaar oude variant, hoewel in licht mindere mate.  ‘Gushing’ werd bij geen van de twee opgemerkt.  De 2 jaar oude WV schonk zeer elegant als een donkerrood helder bier met een mooie donker-eierschaalkleurige schuimkraag alsook redelijk wat sprankeling (CO2) in het bier.  Het 25 jaar oude bier daarentegen vertoonde geen schuimkraag, enkel wat kleine bellen aan de rand met het glas, geen CO2 in het bier, helderheid (!) en een donkerder rode kleur (bijna zwart, maar zeker geen stout-zwart) vergeleken met zijn jongere tegenhanger.  Gist residu was bij beiden overmatig aanwezig onderaan het flesje.
 
 
Both beers have been stored for a (very) long time in dark cellar conditions, meaning at a constant temperature of about 12°C, ideal for this type of beers.  After transport from the cellar the beers were kept at 12°C standing upright for a couple of days to acclimatize.  When opening the bottles logically the 2 year old Westvleteren displayed carbonation on the bottle (the characteristic ‘pssjjt…’ when opening), the surprising thing however was that the 25 year old bottle did the same thing, albeit a little bit less outspoken.  No ‘gushing’ was noted for neither one of the beers.  The 2 year old WV poured elegnatly as a clear dark red beer with a nice dark eggshell foam and also quite some CO2 in the beer.  The 25 year old variant however showed no foam whatsoever, only a small amount of tiny bubbles at the edge of the glass, no CO2 in the beer and a clear (!) darker red color when compared to the younger beer.  Yeast residu was abundantly present at the bottom of both beer bottles.
 


 




 
Geur & Aroma – Aroma’s
 
 
2 jaar oude WV12: zoet, licht hoppig, rozijnen (donker fruit), chocolade, zoethout
 
25 jaar oude WV12: porto, zoet, alcohol, vanille, houtig, licht muf
 

 
 
2 year old WV12: sweet, hops, raisin (dark fruits), chocolate, licorice
 
25 year old WV12: port, sweet, alcohol, vanilla, wood, slightly damp
 
 

 
Smaak en nasmaak – Taste and aftertaste
 
 
2 jaar oude WV12: gebrande mout, alcohol, licht metallisch, korte bittere nasmaak
 
25 jaar oude WV12: zoet, porto, gemadeiriseerd, vanille, geen bitterheid, rozijnen (donker fruit)
 

 
 
2 year old WV12: burned malt, alcohol, slightly metallic, short bitter aftertaste
 
25 year old WV12: sweet, port/madeira, vanilla, no bitterness, raisin (dark fruits)
 


 

 
Besluiten & Opmerkingen – Conclusions & Final Remarks
 
 
Over de kwaliteiten van Westvleteren bieren is al meer dan genoeg geschreven, dus dat gaan we hier niet herhalen.  Wat ik wel nog wil meegeven is dat er dikwijls weinig bewaarpotentieel aan bier wordt toegeschreven, dit in contrast met wijn bijvoorbeeld.  Toch valt er een lans te breken om het met bepaalde biertypes te proberen, waaronder onder meer de imperial stouts, gerstewijnen, geuzes (natuurlijk!) en dus ook de donkerkleurige quadrupel-bieren zoals deze Westvleteren 12.  Blonde of amberkleurige bieren lenen zich minder tot dit soort experimenten (geuzes en Orval zijn de uitzonderingen gezien hun zure/zurige karakter).  Donker bier, donkere flesjes, donkere bewaaromstandigheden en constante temperatuur (10-14°C) zijn succesbepalende factoren!
 
Wat tijdens deze degustatie meteen opviel is dat beide bieren uitstekend gestockeerd zijn geweest, zelfs de 25 jaar oude Westvleteren 12 vertoonde nog carbonatie bij het openen, en een helder bier bij het uitschenken!  Meer van dit soort experimenten zou ik zeggen…
 
Lees ook het volgende verslag van een Westvleteren Extra (de huidige WV8) van meer dan 40 jaar oud: link
 
 

As the qualities of Westvleteren beers have been revered more than enough we’ll not go further into that.  What I do wish to mention is that the potential for storing and maturing beer is still somewhat unknown to a lot of people, this in contrast to wine.  And yet more than a couple of beer styles are worth the effort of experimenting: imperial stouts, barley wines, geuze (of course!) and also dark colored quadruples such as the Westvleteren 12.  Blonde/amber beers are less suitable, with the exceptions of geuze and Orval due to their acidic character.  Dark beer, dark bottles, dark storage conditions and a constant temperature (10-14°C) a success determining factors!
 
What was apparent during this tasting was that both of these Westvleteren 12 beers had been stored under excellent conditions, even the 25 year old Westvleteren 12 showed carbonation upon opening of the bottle and a clear beer when pouring!
 
Anyway, also read this report of another Westvleteren beer (Extra, nowadays the ‘8’) that was more than 40 years old: link




Column 1:
dinsdag 3 mei 2016 door Jimmy Borloo

Wanneer men over het Belgische bierlandschap spreekt belandt men in de helft van de gevallen bij de trappistenbieren.  En heel dikwijls horen we uitspraken en vooroordelen zoals: “… dat zijn allemaal Belgische bieren…” of “… dat zijn donkere en zware bieren…” om er maar een paar te noemen.  Graag dus toch even (beknopt) de puntjes op de  spreekwoordelijke i zetten wat betreft die trappistenbieren.

Dat het zwaartepunt van de trappistenbieren in België ligt, dat is wel de waarheid.  De abdij van Westmalle was de bakermat alwaar in 1836 het eerste trappistenbier gebrouwen werd, nog niet de dubbel en de tripel zoals we die nu kennen, maar wel het paterbier (cfr tafelbier) en desalniettemin het eerste trappistenbier.  Van daaruit werden de brouwactiviteiten van de trappisten uitgebreid naar Westvleteren, Achel, Orval, Chimay en Rochefort.  Zes Belgische bierbrouwende trappistenabdijen dus en één in Nederland: La Trappe (hoewel het grootste deel van de Achelse Kluis ook in Nederland ligt).  En zo bleef het een hele tijd.  La Trappe verloor zelfs haar Authentic Trappist Product logo van 1999 tot 2005 gezien hun steeds commerciëler wordende houding en samenwerking met Bavaria.
Het duurde tot 2012 dat men in de abdij van Stift Engelszell (Oostenrijk) de roerstok opnam, in 2013 gebeurde hetzelfde in de abdij St Joseph (USA), waarna er finaal in 2014 twee brouwende trappistenabdijen bij kwamen: Maria Toevlucht (Nederland) en Tre Fontane (Italië).  Let op: dit betekent niet dat er wereldwijd maar 11 trappistenabdijen zijn, er zijn er eigenlijk meer dan honderd!  Wel is het zo dat er wereldwijd slechts 11 trappistenabdijen zijn die binnen hun muren bier brouwen (Mont des Cats hoort dus nog niet bij het ATP-clubje) en dit aan het publiek te koop aanbieden om te voorzien in hun onderhoud en ten voordele van goede werken (winstbejag op zich is uit den boze).  Het is dus goed mogelijk dat de ATP-club in de nabije toekomst nog verder uitbreidt… we zullen zien.

En dan iets over de biersoorten: het is inderdaad zo dat de meeste Belgische trappistenbieren het klassieke (door Westmalle uitgelijnde) patroon volgen van blond/amber tafelbier, donker dubbel-bier en blond tripel-bier.  Uitzondering is Orval dat één commercieel verkrijgbaar bier heeft (bij het afvullen wordt Brettanomyces gist gebruikt, één van de wildgisten gekend van de oude geuzes, hetgeen de zurigheid en het bewaarpotentieel verklaren).  La Trappe is experimenteler: bockbier, witbier en eikgerijpt behoren tot het gamma.  Maar het zijn de nieuwkomers die nog verder gaan.  Stift Engelszell kent de Gregorius die robuuste, rokerige en zware kenmerken vertoont, Tre Fontane voegt een eucalyptus-toets toe aan hun voorlopig enige bier, terwijl St Joseph (Spencer Brewery) recent aan kwam hollen met o.a. een India Pale Ale en een rasechte Imperial Stout.  Wie zei ook alweer dat trappistenabdijen traditioneel moesten zijn (en blijven)?  :-)


Tot de volgende column!

Groeten,
‘t Bierkwartier


PS: De volgende column komt er spoedig aan en is getiteld ‘De hop-hype’!
 
                 't Bierkwartier                                                                                                                                                                               all rights reserved                                                                                                                                                                                                   BE 0607 876 036
Copyright 2015. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu